Art. 41 Awir, Vergrijpen
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir)
1. Degene die op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt dan wel degene aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, begaat een vergrijp ter zake waarvan de Dienst Toeslagen hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag dat van de belanghebbende in verband daarmee is of zou zijn teruggevorderd.
2. De bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 150 percent van het aldaar bedoelde bedrag indien het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens en inlichtingen zijn verstrekt, mits:
a. een eerdere overtreding van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner is geconstateerd, en
b. de bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie wegens de eerdere overtreding, bedoeld in onderdeel a, onherroepelijk is geworden binnen een periode van vijf jaren voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding waarvoor de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd.
3. Indien de tegemoetkoming wordt herzien als gevolg van: worden onder de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, mede verstaan de gegevens of inlichtingen die ten behoeve van deze beschikking aan de inspecteur zijn verstrekt dan wel hadden moeten worden verstrekt.
a. een eerste bepaling of herziening van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ingeval er geen inkomstenbelasting verschuldigd is, dan wel de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld op nihil;
b. een vaststelling of herziening van een beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen;
4. In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Toeslagen ter zake van een vergrijp ten aanzien van een verplichting als bedoeld in artikel 38, eerste, tweede of vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
5. In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren nadat de overtreding is begaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754
- ABRvS 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3620
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2990
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2864
- CRvB 11 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4214
- ABRvS 19 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:630
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4449
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2987
- ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2617
- ABRvS 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3596
- ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2518
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5470
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3844
- Rb. Rotterdam 19 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12531
- Rb. Rotterdam 21 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12530
- Rb. Gelderland 13 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:3940
- ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5663
- ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2972
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6230
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5564