ABRvS 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2310
Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht [appellante] een schriftelijke aanwijzing gegeven wegens overtreding van de Wet kinderopvang. Bij besluit van 20 augustus 2019 heeft het college [appellante] een bestuurlijke boete ter hoogte van € 73.000,00 opgelegd. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 4 april en 18 april 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Utrecht een onaangekondigd incidenteel onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in het inspectierapport van 24 mei 2019 respectievelijk 21 mei 2019. In de inspectierapporten staat dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een schriftelijke aanwijzing gegeven en een bestuurlijke boete van € 73.000,00 opgelegd. Bij de beslissing op bezwaar heeft het college de bestuurlijke boete gematigd tot een bedrag van € 65.500,00. [appellante] is het niet eens met de opgelegde boetes en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl