ABRvS 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2223
Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 25.000,00 wegens overtreding van de Wet kinderopvang. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 12 juli 2019 heeft de toezichthouder van de gemeente Utrecht een onaangekondigd incidenteel onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een inspectierapport van 23 september 2019. In het inspectierapport heeft de toezichthouder vermeld dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een bestuurlijke boete opgelegd van € 25.000,00. Bij de beslissing op bezwaar heeft het college de bestuurlijke boete gematigd tot een bedrag van € 10.000,00. [appellante] is het niet eens met de opgelegde boete en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft overwogen dat het college de bestuurlijke boetes aan [appellante] mocht opleggen en dat er geen aanleiding is om de boetes te matigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl