ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1165
Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon die niet over een huisvestingsvergunning beschikte. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag, die hij sinds 17 februari 2021 verhuurt. Voor de verhuur van de woning moet de huurder in het bezit zijn van een huisvestingsvergunning. Ten tijde van een controle op 24 juni 2021 bleek dit niet het geval te zijn. Na aanvraag is de vergunning op 27 december 2021 alsnog verleend. Omdat [appellant] meer woonruimten in Den Haag verhuurt, is hij aangemerkt als bedrijfsmatig verhuurder. Het college heeft hem daarom op grond van Bijlage II van de Huisvestingsverordening een boete van € 10.000,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de keuze voor een boete in plaats van een waarschuwing of dwangsom, onder verwijzing naar de Verordening en het daarop gegronde beleid, goed heeft gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl