Rb. Den Haag 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15722
Beroep. Verweerder heeft aan eiser een bestuurlijke boete opgelegd van € 5.000,- vanwege het verhuren van een woning zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning (bestreden besluit I). Eiser is het niet eens met de bestuurlijke boete. De huisvestingsvergunning is inmiddels verleend en de situatie is daarmee rechtgezet. Verwaarder had eerst een waarschuwing moeten geven. Daarnaast is de hoogte van de boete disproportioneel. Volgens eiser zouden zijn medische en financiële omstandigheden aanleiding moeten geven tot kwijtschelding. Ook klaagt eiser dat de communicatie door verweerder gebrekkig is en de hoorplicht is geschonden. Verweerder heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 juni 2024 bepaald dat de bestuurlijke boete wordt gematigd naar € 2.500,- omdat de huisvestingsvergunning op een later moment alsnog is verleend aan de bewoners die er ook woonden op het moment van de controle (bestreden besluit II). Hiermee is verweerder in ieder geval gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het be
De uitspraak op rechtspraak.nl