ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:63
Bij verwijzingsuitspraak van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:505, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van de hoger beroepen geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling komt uit Soedan en is op 21 januari 2012 in Nederland aangekomen. Zij heeft aan haar vierde asielaanvraag onder meer ten grondslag gelegd dat zij niet kan terugkeren naar Soedan, omdat zij door haar in Nederland ontplooide activiteiten bij terugkeer naar Soedan door de Soedanese autoriteiten zal worden vervolgd om haar politieke overtuiging. De vreemdeling wenst haar politieke overtuiging bij terugkeer naar Soedan te uiten. Zij verricht in Nederland activiteiten voor de Umma Partij, een Soedanese politieke partij die geïntegreerd was in de 'forces of freedom and change'-alliantie en de Soedanese revolutie in 2019 coördineerde, en voor de Darfur Vereniging Nederland (DVN), een organisatie die zich inzet voor de regio Darfur.
De uitspraak op rechtspraak.nl