ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:505
Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling S om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling A om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. De staatssecretaris, in Nederland de nationale beslissingsautoriteit, stelt zich op het standpunt dat een politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende activiteiten ‘fundamenteel’ moeten zijn om beschermd te kunnen worden. Hij bedoelt hiermee dat een politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende activiteiten vluchtelingenrechtelijke bescherming pas kunnen rechtvaardigen, als deze zo fundamenteel zijn voor de identiteit of morele integriteit van een vreemdeling dat van hem niet mag worden gevraagd dat hij deze overtuiging en activiteiten opgeeft of verbergt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11524
- Rb. Den Haag 20 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4634
- ABRvS 15 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3880
- ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1970
- ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:518
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2406
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:564
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:565
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:803
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799