ABRvS 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3941
Bij beslissing van 6 februari 2024 heeft het college bepaald dat [appellante] voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024, in haar situatie, bij een inschrijving per 1 februari 2024 een instellingscollegegeld van € 5.016,67 is verschuldigd. Bij afzonderlijke beslissing van 6 februari 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om per 1 februari 2024 als extraneus te worden ingeschreven voor de bacheloropleiding Geschiedenis afgewezen. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft [appellante] gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk (lager) tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college voor het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl