ABRvS 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3602
Bij beslissing van 18 september 2023 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat [appellante voor inschrijving voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024 het instellingstarief collegegeld van € 8.600,00 verschuldigd is. [appellante] heeft in augustus 2010 een graad Nederlands recht behaald. In februari 2011 is [appellante] begonnen met de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft zij gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college in het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld. Vanaf het studiejaar 2018-2019 is bepaald dat zij het instellingstarief collegegeld verschuldigd is. Sindsdien heeft [appellante] diverse procedures gevoerd bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs en de Afdeling over de mogelijkheden tot inschrijving en de hoogte van het in rekening gebrachte collegegeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl