ABRvS 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4846
Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam [appellante] medegedeeld dat zij, in haar situatie, voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2022-2023 een instellingscollegegeld ter hoogte van € 8.300,00 is verschuldigd. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Voor het volgen van deze opleiding is [appellante] collegegeld verschuldigd. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de Kroon bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en is lager dan het instellingscollegegeld dat door het instellingsbestuur, in dit geval het college, wordt vastgesteld. Als een student al eerder een diploma heeft behaald, is deze voor een volgende opleiding het instellingscollegegeld verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl