ABRvS 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3865
Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellante] is tijdens haar echtscheidingsprocedure bijgestaan door Glaudemans op basis van een toevoeging verleend door de raad. Door toedoen van haar ex-partner kwam zij niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Om toch te kunnen voorzien in haar levensonderhoud en dat van haar twee kinderen heeft zij zich genoodzaakt gezien om twee geldleningen af te sluiten, samen ter waarde van € 20.500,00 bij [naam B.V.]. Volgens [appellante] kon zij niet terecht bij andere financiële instellingen. De leningen zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst waarin de hoofdsom, de verschuldigde rente, de looptijd, en de opeisbaarheid zijn opgenomen. De directeur van de B.V. was toentertijd haar vader. Naast deze leningen ontving [appellante] een uitkering op grond van de Participatiewet. Het maximale bedrag wat [appellante] aan leenbijstand zou kunnen krijgen is € 10.732,00. [appellante] heeft daar niet volledig gebruik van gemaakt, maar dit is wel het bedrag waar de raad rekening mee heeft gehouden bij de berekening van het resultaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl