ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2582
Bij besluit van 11 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van [appellante] de eerder door de raad betaalde kosten gevorderd voor de bijstand van [partij] in een echtscheidingsprocedure. Dit betreft een bedrag van € 12.514,14. [appellante] is in haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor verschillende toevoegingen verleend. Voor de echtscheidingsprocedure inclusief afwikkeling huwelijkse voorwaarden heeft de raad een toevoeging verleend met het kenmerk 3JG8578. Deze toevoeging is door de raad op 7 november 2019 ingetrokken in verband met behaald resultaat, zoals bedoeld in artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand. [appellante] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Dit betekent dat de intrekking van dit besluit in rechte vaststaat en er moet worden uitgegaan van de juistheid van dit besluit. De raad heeft de aan [partij] betaalde vergoeding voor rechtsbijstand onder de toevoeging met kenmerk 3JG8578 van [appellante] gevorderd bij besluit van 11 januari 2020. Het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar is door de raad bij besluit van 14 september 2020 ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl