ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:362
Bij besluit van 8 februari 2016 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een verzoek van de stichting om op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens handhavend op te treden tegen de Nederlandse zorgverzekeraars afgewezen. Op 29 december 2010 hebben de zorgverzekeraars verzocht om afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 25 van de Wbp voor de Gedragscode Verwerking persoonsgegevens Zorgverzekeraars. De AP heeft de verzochte verklaring van goedkeuring afgegeven. Een belanghebbende heeft tegen dit besluit tot goedkeuring beroep ingesteld. De rechtbank Amsterdam heeft in haar uitspraak van 13 november 2013 geoordeeld dat de AP niet tot goedkeuring van de Gedragscode heeft kunnen overgaan, omdat deze bepalingen bevat waardoor de bescherming van de persoonsgegevens op een aantal punten niet voldeed aan de Wbp, artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De stichting heeft de AP verzocht handhavend op te treden.
De uitspraak op rechtspraak.nl