Rb. Midden-Nederland 23 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3448
Verzoek om handhaving gericht op de verwerking van medische gegevens door de zorgverzekeraars in Nederland. Trefwoorden: Wet bescherming persoonsgegevens, handhaving, gedragscode, medische gegevens, 8 EVRM Samenvatting: Einduitspraak na bestuurlijke lus. Het verzoek om handhaving van eiseres bestaat uit twee onderdelen: zij stelt dat verweerster de zorgverzekeraars moet opdragen om volgens een goedgekeurde gedragscode te gaan werken en zij verzoekt verweerster op te treden tegen de wijze waarop de zorgverzekeraars op dit moment feitelijk medische persoonsgegevens verwerken en verzamelen, omdat deze werkwijze volgens haar in strijd is met de Wbp, het Handvest en artikel 8 van het EVRM. In de tussenuitspraak is al geoordeeld dat er geen wettelijke verplichting is aan te wijzen op grond waarvan de zorgverzekeraars gehouden zouden zijn om een gedragscode op te stellen en deze voor te leggen aan verweerster. In de tussenuitspraak is geconstateerd dat verweerster onvoldoende heeft gemotiveerd of de werkwijze van de zorgverzekeraars in overeenstemming is met de Wbp, 8 EVRM en het Handvest. Op hun website geven de zorgverzekeraars namelijk aan nog steeds met dezelfde gedragscode te werken die in een andere procedure niet is goedgekeurd door verweerster. Verweerster is in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen. Zij heeft onderzoek gedaan naar de werkwijze van vier zorgverzekeraars. Verweerster heeft onderzocht of de werkwijze van de zorgverzekeraars in orde is op de volgende door de rechtbank - aan de hand van een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de gedragscode - geconstateerde knelpunten: digitale declaratie zonder diagnose-informatie, doelbindingsbeginsel in relatie tot marketingdoeleinden, ongeautoriseerde toegang tot persoonsgegevens, bewerkers en medisch beroepsgeheim. Verweerster heeft onderzoek gedaan naar deze knelpunten in de gedragscode en naar het privacybeleid van de zorgverzekeraars. Zij heeft vastgesteld dat de zorgverzekeraars niet alleen werken met de gedragscode, maar in aanvulling daarop ook werken met de Uniforme Maatregelen van Zorgverzekering Nederland. Verweerster komt tot de conclusie dat de werkwijze van de zorgverzekeraars materieel in orde is en geen overtreding oplevert, op één onderdeel na. Twee van de vier onderzochte zorgverzekeraars hebben hun autorisaties namelijk niet op orde. Verweerster heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd tegen deze twee zorgverzekeraars. De rechtbank komt tot de conclusie dat de zorgverzekeraars gegevens verzamelen en verwerken conform de Wbp, het Handvest en artikel 8 van het EVRM. De gebreken in de besluitvorming zijn in een nieuw besluit voldoende hersteld. Het beroep van eiseres slaagt niet. Wel komt zij in aanmerking voor schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2679
- ABRvS 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2555
- ABRvS 12 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1869
- Rb. Midden-Nederland 7 juli 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3421
- ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:246
- Rb. Amsterdam 13 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7480
- ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694
- ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5704
- CBb 2 augustus 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN3056