Rb. Midden-Nederland 7 juli 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3421
Verzoek om handhaving gericht op de verwerking van medische gegevens door de zorgverzekeraars in Nederland. Wet bescherming persoonsgegevens, handhaving, gedragscode, medische gegevens, 8 EVRM Samenvatting: Bestuurlijke lus. Het verzoek om handhaving van eiseres bestaat uit twee onderdelen: eiseres stelt dat verweerster de zorgverzekeraars moet opdragen om volgens een goedgekeurde gedragscode te gaan werken en eiseres verzoekt verweerster op te treden tegen de wijze waarop de zorgverzekeraars op dit moment feitelijk medische persoonsgegevens verwerken en verzamelen, omdat deze werkwijze volgens haar in strijd is met de Wbp, het Handvest en artikel 8 van het EVRM. De rechtbank volgt verweerster in het standpunt dat er geen wettelijke verplichting is aan te wijzen op grond waarvan de zorgverzekeraars gehouden zouden zijn om een gedragscode op te stellen en deze voor te leggen aan verweerster. Eiseres heeft verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Daarin was de situatie aan de orde dat de zorgverzekeraars een gedragscode ter goedkeuring aan verweerster hadden voorgelegd en verweerster een verklaring van goedkeuring had afgegeven. De rechtbank Amsterdam heeft in die procedure het beroep van een derde gegrond verklaard, omdat de voorgelegde gedragscode niet aan de daaraan te stellen vereisten voldeed. Verweerster heeft in reactie op die uitspraak goedkeuring aan die gedragscode alsnog onthouden en de zorgverzekeraars hebben geen gedragscode meer ter goedkeuring aan verweerster voorgelegd. Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam leidt er niet toe dat de zorgverzekeraars alsnog verplicht zouden zijn een gedragscode voor te leggen te goedkeuring. Wel ziet de rechtbank aanleiding om deze uitspraak te betrekken bij het tweede gedeelte van het handhavingsverzoek. Verweerster heeft niet weersproken dat de zorgverzekeraars de afgekeurde gedragscode nog steeds op hun websites hebben staan en kennelijk feitelijk volgens deze gedragscode werken. Verweerster had hierin aanleiding moeten zien om de kritiekpunten van de rechtbank Amsterdam na te gaan en te beoordelen of de manier waarop de zorgverzekeraars nu gegevens verzamelen en verwerken wel conform de Wbp en artikel 8 van het EVRM is. Verweerster had meer onderzoek moeten doen. Zij had zich niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat zij geen indicatie had dat de werkwijze van de zorgverzekeraars niet in orde zou zijn. Die indicatie is er namelijk wel: het gegeven dat de zorgverzekeraars nog steeds volgens een gedragscode zouden werken die de rechtbank Amsterdam als onvoldoende heeft beoordeeld. Verweerster wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl