ABRvS 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3285
Bij besluit van 20 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante] heeft op 12 juli 2021 het naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] niet voldeed aan het vereiste van onafgebroken vijf jaar toelating in het Koninkrijk tot de beslissing op het verzoek (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap; hierna: de RWN). De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van [appellante] was verlopen op 31 oktober 2021 en de ingangsdatum 20 januari 2022 van de daarop volgende verblijfsvergunning sluit daar niet op aan. Daarom is een zogenoemd verblijfsgat ontstaan. De rechtbank heeft overwogen dat partijen het erover eens zijn dat [appellante] niet voldoet aan het vereiste van onafgebroken vijf jaar toelating in het Koninkrijk tot de beslissing op het verzoek. Zij heeft onder verwijzing naar haar uitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7977, overwogen dat de staatssecretaris terecht 20 januari 2022 heeft genomen als ingangsdatum voor de verblijfsvergunning.
De uitspraak op rechtspraak.nl