ABRvS 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3123
Bij besluit van 26 april 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [appellant] om afgifte van een laissez-passer in behandeling te nemen. [appellant] is geboren in Egypte en heeft door geboorte de Egyptische nationaliteit verkregen. Nadat hij zich in Nederland heeft gevestigd, heeft hij in 1986 de Nederlandse nationaliteit verkregen. De minister heeft geweigerd de aanvraag van [appellant] om afgifte van een laissez-passer in behandeling te nemen, omdat hij het Nederlanderschap heeft verloren. [appellant] heeft namelijk van 2005 tot en met 2015 onafgebroken in Egypte gewoond. In hoger beroep is aan de orde of die tienjaarstermijn tijdig is gestuit en of de gevolgen van het niet in behandeling nemen van de aanvraag onevenredig zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188
- ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2689
- ABRvS 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:155
- ABRvS 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:176
- ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2695
- EHRM 2 juni 2020, ECLI:CE:ECHR:2020:0602JUD000313816
- ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:423
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:13
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:189