ABRvS 28 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1237
Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. [verzoeker] heeft zijn studie rechten afgemaakt en wil graag advocaat worden. Hij heeft daarvoor een VOG nodig. Daarom heeft hij die alvast aangevraagd. De minister heeft de VOG geweigerd omdat [verzoeker] recent nog is veroordeeld door de strafrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [verzoeker] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. [verzoeker] wil de uitspraak in de bodemzaak niet afwachten en heeft daarom verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze uitspraak gaat over dat verzoek. [verzoeker] wil een voorziening die inhoudt dat hij voor de periode tot aan de uitspraak in het hoger beroep beschikt over een VOG.
De uitspraak op rechtspraak.nl