ABRvS 29 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1264
Bij besluit van 16 september 2021 heeft de minister de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van rijinstructeur WRM afgewezen. [verzoeker] is in maart 2021 gestart met een opleiding tot rijinstructeur. Om zijn certificaat als bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 te behalen moet hij alleen nog een verplichte praktijkstage van in totaal 40 uur lopen. Voor de stage is op grond van artikel 15a, eerste lid, van de WRM een VOG nodig. De minister heeft de VOG geweigerd, omdat binnen de terugkijktermijn van vijf jaar in het JDS als justitieel gegeven is aangetroffen dat [verzoeker] verdacht wordt van (primair) poging tot doodslag en (subsidiair) openlijke geweldpleging, gepleegd op 1 december 2019. [verzoeker] heeft bij de politie bekend dat hij een persoon die zijn broertje heeft aangevallen heeft gestoken met een mes. De minister heeft in de specifieke omstandigheden van het geval geen aanleiding gezien om de VOG alsnog te verstrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl