ABRvS 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1666
Bij uitspraken van 9 mei 2023, 22 januari 2024 en 21 november 2024 heeft de rechtbank de door [verzoeker] ingestelde beroepen ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. [verzoeker] heeft zijn studie rechten afgemaakt en wil graag advocaat worden. Daarvoor heeft hij een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) nodig. Die heeft hij meerdere malen aangevraagd bij de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft de aanvragen afgewezen omdat [verzoeker] binnen de terugkijktermijn is veroordeeld door de strafrechter. De rechtbank heeft bij de uitspraken van 9 mei 2023 en 22 januari 2024 geoordeeld dat de staatssecretaris dat mocht doen. Bij uitspraak van 21 november 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. [verzoeker] is het niet eens met die uitspraken en heeft tegen die uitspraken hoger beroepen ingesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl