Rb. Den Haag 3 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27172

Verzoek schadevergoeding vanwege onrechtmatig besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 8:90, tweede lid, van de Awb jo. artikel 71a en artikel 72a van de Vw. Gaat om een derdelander ouder met een minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit. Aanvraag verblijfsrecht o.g.v. artikel 20 VWEU en arrest Chavez-Vilchez tot in bezwaar afgewezen. In beroep vastgesteld dat sprake was van een zorgvuldigheidsgebrek omdat geen onderzoek was gedaan naar de afhankelijkheidsverhouding. Na onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) is de aanvraag alsnog ingewilligd. Als gevolg hiervan had verzoekster langer onrechtmatig verblijf in Nederland en kwam zij niet in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI), waardoor zij langer strafrechtelijke detentie onderging. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een schadeveroorzakend onrechtmatig besluit, is de schade voldoende onderbouwd en wordt voldaan aan het causaliteitsvereiste en het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikelen 6:162 en 6:163 van het BW. Hoogte schadevergoeding vastgesteld op €17.900,00 (hierbij is aansluiting gezocht bij de door het LOVS vastgestelde normbedragen in de strafsector voor onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregelen). Tevens veroordeling minister in de proceskosten van verzoekster (t.w.v. € 1.814,00).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken