ABRvS 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4181
Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft overwogen dat in de maatregel van bewaring niet is vermeld dat een afschrift in een taal die de vreemdeling beheerst, is uitgereikt of dat de uitreiking heeft plaatsgevonden met behulp van een tolk. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat de maatregel niet rechtsgeldig is uitgereikt en de oplegging van de maatregel niet rechtmatig is geschied, omdat de staatssecretaris bij de uitreiking van de maatregel niet heeft voldaan aan de informatieplicht. De rechtbank heeft daarom de opheffing van de maatregel bevolen.
De uitspraak op rechtspraak.nl