ABRvS 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3461

Bij besluiten van 8 juni 2020 heeft de minister van Financiën de verzoeken van [appellant A] en [appellante B] om kennisneming van hen betreffende verwerkte politiegegevens toegewezen. [appellant A] en [appellante B] hebben de minister bij brieven van 4 februari 2020 verzocht om hen te laten weten welke hen betreffende persoonsgegevens de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst in bezit heeft en verwerkt. Daarnaast hebben zij verzocht om op kantoor inzage te krijgen van bij de FIOD in bezit zijnde of verwerkte persoonsgegevens die over hen gaan. De FIOD heeft een zoekslag uitgevoerd binnen de geautomatiseerde verwerkingen. Daaruit is een aantal op [appellant A] en [appellante B] betrekking hebbende persoonsgegevens naar voren gekomen. Wegens de maatregelen in het kader van de Covid-pandemie heeft de minister laten weten dat het niet mogelijk is om op korte termijn fysiek inzage te geven op kantoor. De minister heeft bij besluiten van 8 juni 2020 aan [appellant A] en [appellante B] daarom overzichten van die persoonsgegevens verstrekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken