ABRvS 24 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:220
Bij besluit van 15 april 2020 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] tot inzage van de politiegegevens die over hem worden verwerkt op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens ingewilligd. [appellant] heeft bij de korpschef op 18 maart 2020 het volgende verzoek ingediend: "Graag ontvang ik mijn volledig dossier, vanaf het moment dat ik in aanraking ben gekomen met politie Alle gegevens.". De korpschef heeft zijn verzoek aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 25 van de Wpg. Bij besluit van 15 april 2020 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] gedeeltelijk ingewilligd en een overzicht gegeven van alle registraties en meldingen waarin persoonsgegevens van [appellant] worden verwerkt. Daarnaast heeft de korpschef [appellant] de mogelijkheid gegeven om de documenten fysiek in te zien. Van die mogelijkheid heeft [appellant] gebruikgemaakt. [appellant] heeft in mei 2020 te kennen gegeven dat in het overzicht de e-mailcorrespondentie ontbreekt tussen een agent en woningbouwvereniging Vestia. De korpschef heeft naar aanleiding hiervan naar de e-mails gezocht en heeft de desbetreffende e-mails gevonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl