ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3886

Bij besluit van 7 februari 2019 heeft het college het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [de maatschap] te Ulestraten afgewezen. [de maatschap] exploiteert een akkerbouw- en veeteeltbedrijf aan de [locatie] te Ulestraten. Op 9 maart 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een geiten- en rundveehouderij. De vergunning heeft betrekking op het houden van 1150 opfokgeiten, 10 geitenbokken, 34 zoogkoeien, 27 vleeskalveren en 10 fokstieren en overig vee. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. Het college heeft het verzoek op 7 februari 2019 afgewezen omdat het weiden van vee en het bemesten van gronden op dat moment op grond van artikel 3.2.1. van de Omgevingsverordening Limburg 2014 waren vrijgesteld van de vergunningplicht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken