ABRvS 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1687

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen veehouderij [appellante sub 2], gevestigd aan de [locatie A] in [plaats], afgewezen. [appellante sub 2] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie A] in [plaats]. Aan het bedrijf is op 13 februari 2017 een natuurvergunning verleend voor het houden van vee in stallen. Deze vergunning is door de rechtbank op 7 augustus 2019 vernietigd. Het bedrijf beschikte ten tijde van de besluiten van 29 april 2021 en 23 september 2021 niet over een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder natuurvergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken