ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3767
Bij besluit van 3 juni 2014 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [de maatschap] te Heijen afgewezen. [de maatschap] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Heijen. Op 11 december 2014 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor het houden van 200 melkkoeien en 140 stuks jongvee. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. Het college heeft dat verzoek afgewezen, het bezwaar van MOB en Leefmilieu daartegen ongegrond verklaard en nadat de Afdeling bij de PAS-uitspraak dat besluit vernietigde, heeft het college het bezwaar bij besluit van 27 oktober 2020 opnieuw ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl