ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3884
Bij besluit van 18 februari 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [veehouderij] in Heijen afgewezen. [de maatschap] exploiteert een veehouderij aan de [locatie] in Heijen. Op 24 mei 2018 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 75 melkkoeien en 50 stuks jongvee. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. Het college heeft het verzoek op 18 februari 2019 afgewezen omdat het weiden van vee en het bemesten van gronden op dat moment op grond van artikel 3.2.1. van de Omgevingsverordening Limburg 2014 waren vrijgesteld van de vergunningp
De uitspraak op rechtspraak.nl