ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3611

Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding op toevoeging 4NV0613 in samenhang vastgesteld met de vergoeding op toevoeging 4NV0617. [appellant] is advocaat en neemt deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door de raad naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. De raad heeft aan [appellant] toevoegingen verleend voor rechtsbijstand aan een moeder en haar meerderjarige dochter bij de behandeling van hun asielaanvragen. Zij hebben in Iran dezelfde problemen ondervonden en zijn daarom gevlucht naar Nederland. Zij hebben aan hun asielaanvragen de problemen in Iran en afzonderlijke asielmotieven ten grondslag gelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken