ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1430
Bij drie afzonderlijke besluiten van 20 augustus 2018 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vergoedingen voor verleende rechtsbijstand herzien vastgesteld. [appellant] is advocaat en heeft op basis van drie toevoegingen met nummers 4MZ6183, 4MZ6124 en 4MZ6254 aan dezelfde cliënt in hoger beroep rechtsbijstand verleend in drie strafzaken. Deze toevoegingen hadden betrekking op drie afzonderlijke dagvaardingen voor de zitting van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 11 april 2018. In de eerste dagvaarding is de cliënt van [appellant] ten laste gelegd dat hij op 19 december 2015 in Eindhoven een politiemedewerker verbaal heeft bedreigd met de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel. In de tweede dagvaarding is de cliënt van [appellant] ten laste gelegd dat hij op 25 november 2015 een woonbegeleider van het COA heeft beledigd door haar in het gezicht te spugen en een politiecel heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl