ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3586
Bij besluit van 17 april 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellante] afgewezen. Bij besluit van 26 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellante] voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Bij besluit van 11 december 2018 heeft de staatssecretaris de mvv alsnog verleend. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen dat besluit, voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar. Bij uitspraak van 11 september 2019 heeft de rechtbank geoordeeld dat voor vergoeding van de kosten in bezwaar geen aanleiding bestaat. Hiertegen heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Daarin is zij bijgestaan door mr. A. Habib-Portier. De advocaat heeft een toevoeging aangevraagd voor het hoger beroep. Bij het besluit van 17 april 2020 heeft de raad de aanvraag afgewezen, omdat het financieel belang van de zaak minder is dan € 500,00, wat betekent dat geen toevoeging hoeft te worden verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl