ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1588

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de raad het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 juni 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag om toevoeging ingediend bij de raad voor het instellen van beroep tegen een besluit van de Immigratie- en naturalisatiedienst. Bij dit besluit is het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard, is aan hem een verblijfsdocument afgegeven, maar is zijn verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Bij het besluit van 7 april 2022, gehandhaafd bij het besluit van 9 juni 2022, heeft de raad deze aanvraag afgewezen, omdat de advocaatkosten niet opwegen tegen zijn belang in deze zaak. Uit de aanvraag is niet gebleken dat sprake is van een zwaarwegend belang om bij uitzondering toch voor een toevoeging in aanmerking te komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken