ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3380
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 2 oktober 2020 het recht op huurtoeslag van [appellant] voor 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 1.696,00 en een bedrag van € 928,00 teruggevorderd vanwege teveel betaalde voorschotten. De dienst heeft bij besluit van 21 mei 2019 aan [appellant] een voorschot huurtoeslag voor 2019 verstrekt ter hoogte van € 2.624,00. De dienst is daarbij uitgegaan van een geschat jaarinkomen van € 16.902,00. De dienst heeft bij besluit van 2 oktober 2020 het recht op huurtoeslag voor 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 1.696,00. De dienst is daarbij uitgegaan van het inkomensgegeven van € 19.823,00. De dienst heeft bij het besluit van 2 oktober 2020 een bedrag van € 928,00 aan teveel betaalde huurtoeslag teruggevorderd. De dienst heeft bij besluit van 3 december 2020 het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Tussen partijen is in geschil of een in januari 2019 betaalde WW-uitkering bij het inkomen dat de dienst heeft gehanteerd over 2019 mag worden geteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7 AWR
- Artikel 8 AWR
- Artikel 21 AWR
- Artikel 22 WAO
- Artikel 33 Werkloosheidswet
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 8:68 Awb
- Artikel 49 Anw
- Artikel 10 WAZ
- Artikel 2:51 Wajong
- Artikel 3:9 Wajong
- Artikel 2b BHT
- Artikel 6.20 Wet IB 2001
- Artikel 2 Awir
- Artikel 7 Awir
- Artikel 26 Awir
- Artikel 78 Wet verplichte beroepspensioenregeling
- Artikel 66 Penw.