ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2615

Bij besluit van 28 maart 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om een transitievergoeding bij haar inkomen per 1 januari 2019 buiten beschouwing te laten, afgewezen. [appellante] heeft vanaf 1 januari 2013 huurtoeslag ontvangen en deze stopgezet per 1 april 2019. [appellante] heeft de Belastingdienst/toeslagen verzocht om per 1 januari 2019 een transitievergoeding van € 17.500,00 bij haar inkomen buiten beschouwing te laten. [appellante] stelt zich op het standpunt dat het een nabetaling betreft van een in 2018 vorderbare vergoeding. De Belastingdienst/Toeslagen heeft dit verzoek afgewezen en stelt zich op het standpunt dat de vergoeding geen nabetaling is omdat de aanspraak daarop eerst in 2019 is ontstaan. Bij de vaststelling van het toetsingsinkomen voor de berekening van de huurtoeslag kan de Belastingdienst/Toeslagen een aantal bestanddelen, op verzoek, buiten beschouwing laten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen