ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3231
Bij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. Bij besluit van 4 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan [appellant] verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluit van 30 juli 2013 heeft de staatssecretaris aan [appellant] een verblijfsvergunning verleend onder de beperking "verblijf als familie- of gezinslid bij [gemachtigde]" met als ingangsdatum 15 mei 2013. [appellant] heeft op 28 september 2017 een verzoek om verlening van het Nederlanderschap ingediend. [appellant] heeft daarbij verklaard dat hij alle gegevens naar waarheid heeft verstrekt en geen voor de beoordeling van het verzoek relevante gegevens heeft verzwegen. Ook heeft hij verklaard dat hij zich ervan bewust is dat het verstrekken van onjuiste gegevens of het verzwijgen van een relevant gegeven ertoe kan leiden dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit wordt ingetrokken. Het verzoek is ingewilligd bij besluit van 12 september 2018. Op 5 juni 2019 heeft [appellant] namens zijn gestelde echtgenote voor haar een machtiging tot voorlopig verblijf onder de beperking "verblijf bij echtgenoot" aangevraagd. Bij zijn aanvraag heeft hij een trouwcertificaat overgelegd waarop staat dat hij sinds 13 mei 2019 met [echtgenote] in Nepal is getrouwd. Een medewerker van de gemeente Roermond heeft een fraudemelding bij de staatssecretaris gedaan toen [appellant] zijn huwelijk met [echtgenote] wilde laten registreren. Naar aanleiding van deze melding heeft de staatssecretaris een onderzoek ingesteld naar de relatie tussen [appellant] en [gemachtigde] enerzijds en de relatie tussen [appellant] en [echtgenote] anderzijds.
De uitspraak op rechtspraak.nl