ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3207
Bij besluit van 4 januari 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00. Bij brief van 9 januari 2015 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is gestart op 23 december 2014 en zij had tot en met 22 december 2017 de tijd om in te burgeren. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar een boete opgelegd van € 1.250,00. De minister heeft bij Argonaut medisch advies gevraagd. Verzekeringsarts L. ten Hove heeft bij medisch advies van 21 december 2018 geconcludeerd dat er geen medische reden is waardoor [appellante] vanwege de zorg voor haar echtgenoot gedurende een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen. Verzekeringsarts J. Verhoeven heeft bij medisch advies van 15 januari 2020 geconcludeerd dat er geen medische reden is waardoor [appellante] vanwege haar psychische klachten gedurende een periode van ten minste drie aangesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl