ABRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1547
Bij besluit van 8 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een op de begane grond gelegen aanbouw bij de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Rotterdam. Op 13 februari 2017 heeft hij het college verzocht handhavend op te treden tegen het bouwwerk bij de woning op het perceel, omdat volgens hem voor dit bouwwerk een omgevingsvergunning had moeten worden verleend. Bij besluit van 8 maart 2017, gehandhaafd bij besluit van 13 maart 2018, heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat volgens het college voor het betreffende bouwwerk geen omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast heeft het college het bezwaar van [appellant] tegen de bij besluit van 21 juni 2017 verleende omgevingsvergunning bij apart besluit van 13 maart 2018 ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl