ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1680
Bij besluit van 4 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd. [bedrijf] exploiteert een eendenslachterij op de percelen [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 2] in Ermelo. [partij] woont in de directe omgeving van de slachterij en heeft het college verzocht daartegen handhavend op te treden. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college [bedrijf] een aantal lasten onder dwangsom opgelegd, omdat [bedrijf] volgens het college een aantal activiteiten verricht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. [bedrijf] heeft de voorzieningenrechter verzocht het besluit van 4 mei 2022 te schorsen, totdat de Afdeling heeft beslist op het beroep dat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb tegen dat besluit is ontstaan. In deze uitspraak zal de voorzieningenrechter beoordelen of er aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl