ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:800
Bij besluit van 17 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd van € 1.500,00 per constatering per vracht(wagen), tot een maximum van € 150.000,00, dat voorschrift 1.1.1 van de omgevingsvergunning voor milieu van 10 februari 2014, in samenhang gelezen met artikel 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 niet wordt nageleefd. Het college heeft geconstateerd dat [bedrijf] zowel in 2018 als in 2019 een hoeveelheid van meer dan 36.500 ton dierlijke mest op het perceel heeft ingenomen en verwerkt. Volgens het college is dit in strijd met voorschrift 1.1.1 van de veranderingsvergunning uit 2014. In het besluit van 17 april 2020 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van een herhaling van de overtreding.
De uitspraak op rechtspraak.nl