ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2588
Bij besluit van 5 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht het verzoek van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] om handhavend op te treden met betrekking tot de garage/berging aan de [locatie 1] in Heerjansdam, opnieuw afgewezen. Ook het verzoek om de bij besluit van 25 oktober 2013 verleende vergunning in te trekken is daarbij afgewezen. Deze zaak gaat over de garage/berging bij de woning aan de [locatie 1] in Heerjansdam. Bij besluit van 25 oktober 2013 heeft het college, onder andere voor de realisering van die berging, een omgevingsvergunning verleend aan de toenmalige eigenaar [appellant sub 1]. Bij brief van 12 december 2015 hebben [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], de eigenaren van de woning aan de [locatie 2], aan de achtertuin waarvan de berging grenst, een verzoek om handhaving en intrekking van de verleende vergunning bij het college ingediend. Zij stelden dat de berging op verschillende punten niet conform de tekeningen bij de vergunning was uitgevoerd. Op 18 maart 2021 heeft [appellant sub 1] de eigendom van de berging overgedragen aan [partij A] en [partij B].
De uitspraak op rechtspraak.nl