ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:682

Bij brief van 19 juni 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [appellant] op 1 december 2019 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 9.315,74 en hij moet maandelijks € 77,63 betalen. Bij brief van 17 april 2015 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is, dat zijn inburgeringstermijn op 23 februari 2015 is gestart en hij vóór 22 maart 2018 aan deze plicht moet hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn ambtshalve verlengd tot en met 10 januari 2019. Bij besluit van 12 maart 2019 heeft de minister [appellant] een boete opgelegd van € 250,00 en bepaald dat hij de lening die hij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten moet terugbetalen, omdat hij niet op tijd is ingeburgerd. Daarbij heeft de minister aangegeven dat [appellant] met het terugbetalen pas begint wanneer hij klaar is met inburgeren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken