ABRvS 8 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2753
Bij brief van 20 februari 2020 heeft de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) [appellanten] medegedeeld dat hun gezamenlijke verzoek om handhavend op te treden tegen [verpleegkundige] geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dit verzoek in behandeling is genomen als een melding in de zin van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg en beslist dat die melding al eerder is beoordeeld. [appellant A] is de moeder van [appellant B]. Zij zijn de moeder onderscheidenlijk broer van de op 21 december 2017 overleden [persoon A]. Hij was gehuwd met [persoon B]. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren, die allen nog minderjarig zijn. [verpleegkundige] is de zus van [persoon B]. Zij is sinds 2002 als verpleegkundige geregistreerd in het op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidzorg (hierna: Wet BIG) ingestelde BIG-register.
De uitspraak op rechtspraak.nl