ABRvS 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:271
Bij besluit van 28 juni 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap de Dommel besloten over te gaan tot invordering van een dwangsom ter grootte van € 3.600,00. Bij besluit van 14 december 2017 heeft het dagelijks bestuur een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Waterwet. Volgens het dagelijks bestuur is deze bepaling overtreden doordat verontreinigd afvalwater vanaf het terrein van de vleesstierenhouderij aan de [locatie] te Vessem via een geul afvloeit in een kavelsloot en vervolgens in de Kleine Beerze. Het dagelijks bestuur is tot invordering overgegaan omdat bij controles naar voren is gekomen dat opnieuw een lozing van verontreinigd afvalwater plaatsvond en volgens het dagelijks bestuur dus niet aan de last is voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl