ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1741

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag met ingang van 26 april 2019 in de Basisregistratie personen opgenomen dat [appellant] is vertrokken naar onbekend. [appellant] stond sinds 1996 in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Den Haag. Het college heeft na adresonderzoek de conclusie getrokken dat [appellant] niet op het adres [locatie] woont. Daarvoor heeft het met name van belang geacht dat het adres in de basisregistratie adressen en gebouwen staat geregistreerd als verblijfruimte, dat [appellant] niet thuis is aangetroffen en dat hij niet mee wil werken aan een huisbezoek. Daarom heeft het college in de brp opgenomen dat [appellant] is vertrokken naar onbekend. In bezwaar heeft het college dit besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college dit terecht heeft gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken