ABRvS 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:558
Bij besluit van 7 januari 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem het verzoek van [appellant] om hem met terugwerkende kracht in de Basisregistratie Personen in te schrijven op een briefadres afgewezen. [appellant] heeft van 2006 tot 2015 een briefadres gehad bij zijn ouders en later alleen zijn moeder op de [locatie] te Oude Wetering (hierna: het briefadres). Omdat het college bij controle van het briefadres geen reactie van [appellant] ontving, heeft het college hem op 4 juni 2015 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp wegens vertrek naar ‘Land Onbekend’. [appellant] heeft tegen dat besluit geen bezwaar gemaakt. Op 10 december 2015 heeft [appellant] het college verzocht hem met terugwerkende kracht vanaf het moment van ambtshalve doorhaling weer op het briefadres in te schrijven. Het college heeft dat verzoek afgewezen, omdat [appellant] geen verblijf houdt in de gemeente Kaag en Braassem en hij zich moet inschrijven in de gemeente waar hij de meeste tijd verblijft.
De uitspraak op rechtspraak.nl