ABRvS 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1286

Bij besluit van 25 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het pand aan de [locatie] in Waalre voor recreatief verblijf als Bed & Breakfast via Airbnb te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden. Nadat het college had geconstateerd dat de zolderkamer van de woning werd gebruikt voor verhuur aan derden via Airbnb, heeft het college bij het besluit van 25 april 2019 een last onder dwangsom opgelegd om dat gebruik te beëindigen. Bij besluit van 18 juni 2019 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Het college heeft daarin aanleiding gezien om het besluit van 25 april 2019 bij het besluit van 25 juni 2019 in te trekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen procesbelang meer bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het handhavingsbesluit van 25 april 2019.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen