Rb. Oost-Brabant 9 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3252

Intern salderen, procesbelang, positieve weigering. De zaak gaat over een aanvraag voor een natuurvergunning, ingediend in 2016 en verleend na de wijziging van artikel 2.7 lid 2 Wnb ten behoeve van de brouwerij. Eisers hebben een procesbelang omdat deze zaak gaat over de vraag of die natuurvergunning nodig is of niet. De rechtbank beoordeelt of een natuurvergunning noodzakelijk is. Een natuurvergunning is niet noodzakelijk als is uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft. Als geen natuurvergunning noodzakelijk is, dan moet verweerder de aanvraag afwijzen (en dus niet verlenen zoals is gebeurd in het bestreden besluit). In de Awb of de Wnb is niet voorzien in het niet-ontvankelijk verklaren van een aanvraag, alleen in het verlenen, het weigeren of het buiten behandeling laten vanwege onvolledige gegevens. Om te beoordelen of een vergunning noodzakelijk is, moet de rechtbank een vergelijking maken tussen de uitgangssituatie en de vergunde situatie. De rechtbank gaat bij de referentiesituatie uit van de Hinderwetvergunning uit 1992, ook al is deze van rechtswege vervallen na verlening van een revisievergunning in 2014. Er is geen sprake van een toename van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden vanwege de brouwerij in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en wijst de aanvraag van vergunninghoudster voor het project beschreven in de aanvraag van 11 oktober 2016 inclusief de wijzigingen, waaronder de wijziging van 26 mei 2020, af. Zolang de brouwerij in werking is volgens deze beschrijving, is er geen natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vereist. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken