Hof 's-Hertogenbosch 3 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2723

Leges. Is in dit geval sprake van (i) het in behandeling nemen van (ii) een aanvraag om (iii) een omgevingsvergunning? Parallelle procedures: bij zowel de fiscale rechter als de bestuursrechter wordt de vraag voorgelegd inzake de vergunningplicht. Belanghebbende voert een B&B op de zolderkamer in zijn woning. Naar aanleiding van een waarschuwingsbrief dient belanghebbende een formulier in bij de gemeente. Het hof is van oordeel dat dit formulier terecht is aangemerkt als ‘een aanvraag’ (om een omgevingsvergunning), gelet op wat belanghebbende heeft ingevuld. Het hof oordeelt verder dat de opvatting van de rechtbank en de heffingsambtenaar dat niet van belang is of de B&B-activiteit al dan niet vergunningvrij is, niet juist is, gelet op het arrest ECLI:NL:HR:2017:3227. Uit het arrest volgt ook dat de fiscale rechter in een legeszaak een inhoudelijk oordeel kan geven of de desbetreffende activiteit vergunningsvrij is. Het hof gaat vervolgens in op de vraag of hierop een uitzondering zou moeten worden gemaakt in een geval als dit waarin de kwestie of sprake is van een vergunningvrije activiteit ook ter beoordeling voorligt bij de algemene bestuursrechter in het kader van een procedure tegen een handhavingsbesluit. Ook als met belanghebbende ervan wordt uitgegaan dat de fiscale rechter ook in zo’n geval een inhoudelijk oordeel kan geven, helpt dat belanghebbende niet. Het hof is namelijk van oordeel dat de B&B-activiteit niet valt onder de bestemming ‘wonen’. Verder oordeelt het hof dat het feit dat de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb niet in behandeling is genomen, niet wegneemt dat in de omstandigheden van dit geval wel sprake is van een dienst (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BC0652). Evenmin slaagt de klacht over schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken