ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:114

Bij besluit van 28 september 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken. [appellante] verblijft sinds 20 maart 1998 in Nederland. Op 19 december 2008 heeft zij een verzoek om verlening van het Nederlanderschap ingediend. Het verzoek is ingewilligd in april 2009. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellante] krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap ingetrokken, omdat zij in de toelatings- en naturalisatieprocedure heeft gezwegen over haar rol bij de gebeurtenissen in Rwanda voorafgaand aan en tijdens de genocide in 1994, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden, dat die informatie relevant was voor haar verzoek om verlening van het Nederlanderschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken