ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2980

Bij besluiten van 3 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellanten sub 2] ingetrokken. [appellanten sub 2] hebben op 18 december 2006 verzoeken om verlening van het Nederlanderschap ingediend. Zij beschikten op dat moment over verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd. De verzoeken zijn ingewilligd bij Koninklijk Besluit van 3 mei 2007. [appellanten sub 2] wonen sinds 2009 in Duitsland. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellanten sub 2] ingetrokken, omdat zij bij het indienen van de verzoeken relevante feiten over hun identiteit hebben verzwegen. De staatssecretaris betoogt dat de rechtbank ten onrechte de door hem verrichte Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling indringend heeft getoetst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken